Aanlandige wind
wind
Aanlandige wind waait vanaf het water naar het land. In Julianadorp brengt die in de zomer vaak koelere zeelucht mee.
Zie ook: Zeewind, Aflandige wind.
226 begrippen in gewone woorden, met voorbeelden uit Noord-Holland en Friesland.
Kies een letter of volg ‘zie ook’ om verder te lezen.
226 begrippen
Geen begrippen gevonden. Probeer een ander woord of wis je zoekopdracht.
wind
Aanlandige wind waait vanaf het water naar het land. In Julianadorp brengt die in de zomer vaak koelere zeelucht mee.
Zie ook: Zeewind, Aflandige wind.
temperatuur
De aarde geeft warmte af als onzichtbare straling. Ook 's nachts gaat dat door, waardoor de grond kan afkoelen.
Zie ook: Uitstraling, Broeikaseffect.
lucht
Advectie is het aanvoeren van lucht met andere eigenschappen door de wind. Een zuidenwind kan bijvoorbeeld warmere lucht naar Friesland brengen.
Zie ook: Luchtsoort, Front.
wind
Aflandige wind waait vanaf het land het water op. Bij een oostenwind kan het aan het Noordzeestrand aangenaam lijken, terwijl een luchtbed snel van de kust afdrijft.
Zie ook: Aanlandige wind, Landwind.
water
Bij afwaaiing duwt de wind het water van een oever af, waardoor de waterstand daar daalt. Op het IJsselmeer kan de ene kant daardoor lager staan dan de andere.
Zie ook: Opwaaiing, Waterstand.
lucht
Altocumulus zijn wolkenvelden met witte of grijze bolletjes op middelbare hoogte. De bolletjes lijken kleiner dan de lage stapelwolken die je boven de polder ziet.
lucht
Altostratus is een grijze wolkenlaag op middelbare hoogte. De zon is er soms nog als een bleke schijf doorheen te zien voordat het gaat regenen.
Zie ook: Bewolking, Warmtefront.
metingen en modellen
Een anemometer meet hoe snel de wind waait. Je kent misschien het draaiende molentje met drie kommetjes op een weerstation.
Zie ook: Windsnelheid, Windstoot.
lucht
Anticycloon is een andere naam voor een hogedrukgebied. Op het noordelijk halfrond draait de wind er meestal met de klok mee omheen.
Zie ook: Hogedrukgebied, Luchtdruk.
metingen en modellen
AQI is een index die de luchtkwaliteit samenvat met een getal of klasse. Verschillende landen gebruiken verschillende schalen; op onze weerkaart staat de Europese schaal, EAQI.
Zie ook: Luchtkwaliteit, Fijnstof.
water
Het astronomische getij is de berekende waterbeweging door de maan en de zon. Wind en luchtdruk kunnen de echte waterstand bij Harlingen daarvan laten afwijken.
lucht
De atmosfeer is de luchtlaag rond de aarde. Het weer dat je buiten merkt speelt zich vooral af in het onderste deel daarvan.
Zie ook: Luchtdruk, Troposfeer.
metingen en modellen
Een barometer meet de luchtdruk. Een snelle daling kan wijzen op een naderend lagedrukgebied, al vertelt dat nog niet hoeveel regen er bij jou valt.
Zie ook: Luchtdruk, Hectopascal.
wind
Beaufort is een schaal voor de gemiddelde windsterkte, van 0 tot en met 12. Windkracht 6 voel je op de fiets over de Westfriese dijk meteen; een losse windstoot kan veel harder zijn.
Zie ook: Windsnelheid, Storm.
metingen en modellen
De bedekkingsgraad vertelt welk deel van de hemel met wolken is bedekt. Bij 50 procent is ongeveer de helft van de hemel bewolkt.
lucht
Bewolking is de verzameling wolken boven een gebied. Een dunne sluier laat nog zon door, terwijl een dikke laag de hele middag grijs kan maken.
Zie ook: Wolk, Bedekkingsgraad.
waarschuwingen
Bliksem is een elektrische ontlading in de lucht. Die kan binnen een wolk blijven of de grond raken, bijvoorbeeld een boom in een open weiland.
temperatuur
De bodemtemperatuur is de temperatuur in de grond op een bepaalde diepte. Die verandert meestal trager dan de temperatuur van de lucht erboven.
Zie ook: Grondvorst, Wegdektemperatuur.
temperatuur
Broeikasgassen nemen een deel van de warmtestraling van de aarde op en stralen die weer uit. Daardoor blijft het aan het aardoppervlak warmer dan zonder die gassen.
Zie ook: Aardstraling, Klimaat.
neerslag
Een bui geeft neerslag die vrij plotseling begint en ook weer ophoudt. In Kolhorn kan het stortregenen terwijl een paar kilometer verder de stoep droog blijft.
neerslag
Een buienlijn is een rij buien die samen overtrekt. Vaak trekt er eerst een donkere wolkenrand over en volgt daarna regen met windstoten.
metingen en modellen
Een buienradar gebruikt teruggekaatste radiosignalen om neerslag in beeld te brengen. Het beeld laat zien waar regen waarschijnlijk valt; lichte motregen of verdamping onder de wolk kan het verschil met jouw straat verklaren.
Zie ook: Radarreflectiviteit, Neerslagintensiteit.
metingen en modellen
CAMS is de Europese Copernicusdienst die de samenstelling van de atmosfeer volgt en berekent. De luchtkwaliteits- en pollenkaarten op InfraOps gebruiken gegevens van deze dienst via Open-Meteo.
Zie ook: Luchtkwaliteit, Weermodel.
metingen en modellen
CAPE geeft aan hoeveel energie beschikbaar kan zijn voor opstijgende lucht in een bui. Een hoge waarde biedt ruimte voor stevige buien, maar er moet ook iets zijn dat de lucht laat opstijgen.
Zie ook: Convectie, Onstabiliteit.
temperatuur
Celsius is de temperatuurschaal die we in Nederland meestal gebruiken. Water bevriest rond 0 graden en kookt bij normale luchtdruk rond 100 graden.
Zie ook: Luchttemperatuur, Vriespunt.
lucht
Cirrocumulus zijn kleine witte wolkenribbels of bolletjes hoog in de lucht. Ze vormen soms een fijn schapenpatroon boven het IJsselmeer.
Zie ook: Cirrus, Altocumulus.
lucht
Cirrostratus is een dunne sluier van ijskristallen hoog in de lucht. De zon blijft zichtbaar en krijgt soms een lichte ring om zich heen.
lucht
Cirrus zijn hoge, dunne wolken met veertjes of slierten. Ze bestaan vooral uit ijskristallen en geven meestal geen neerslag die de grond bereikt.
Zie ook: Cirrostratus, IJskristal.
waarschuwingen
Code geel betekent dat gevaarlijk weer mogelijk is en extra opletten verstandig is. Lees erbij voor welk verschijnsel, welke regio en welke uren de waarschuwing geldt.
Zie ook: Code oranje, Weerwaarschuwing.
waarschuwingen
Code oranje waarschuwt voor gevaarlijk weer met kans op flinke schade, ongelukken of hinder. Bekijk de verwachte gevolgen in jouw regio en pas je plannen daarop aan.
waarschuwingen
Code rood is het weeralarm voor weer met een grote invloed op de samenleving. Volg de actuele aanwijzingen van het KNMI en de hulpdiensten voor jouw gebied.
Zie ook: Code oranje, Weeralarm.
lucht
Bij condensatie verandert waterdamp in kleine waterdruppels. Je ziet dat bijvoorbeeld als een koude autoruit beslaat of als een wolk ontstaat.
lucht
Een condensspoor is de witte streep achter een vliegtuig op grote hoogte. Het bestaat uit ijskristallen en kan in vochtige lucht lang blijven hangen.
Zie ook: IJskristal, Cirrus.
lucht
Convectie is het opstijgen van lucht die lichter is dan de omgeving. Boven een opgewarmde polder kan zo een stapelwolk groeien die later een bui wordt.
lucht
Een cumulonimbus is een hoge buienwolk die soms een platte bovenkant als een aambeeld krijgt. Zo'n wolk kan regen, hagel, bliksem en windstoten brengen.
lucht
Cumulus is de naam voor losse stapelwolken met een vrij vlakke onderkant. Kleine witte exemplaren passen bij een rustige middag, maar ze kunnen verder uitgroeien.
Zie ook: Convectie, Cumulonimbus.
metingen en modellen
Een daggemiddelde vat de metingen over een hele dag samen. Bij temperatuur gebruikt het KNMI uurwaarden; alleen het minimum en maximum middelen kan een andere uitkomst geven.
Zie ook: Minimumtemperatuur, Maximumtemperatuur.
astronomie
De daglengte is de tijd tussen zonsopkomst en zonsondergang. In Friesland duurt een zomerdag langer dan een winterdag doordat de aarde schuin op haar baan staat.
Zie ook: Zonsopkomst, Zonsondergang.
neerslag
Dauw bestaat uit druppeltjes die zich vormen op een koud oppervlak. Na een heldere nacht kunnen de fietsen in Franeker nat zijn terwijl er geen regen is gevallen.
temperatuur
Het dauwpunt is de temperatuur waarbij lucht bij afkoeling verzadigd raakt met waterdamp. Koelt je tuintafel tot die temperatuur af, dan kunnen er druppeltjes op ontstaan.
Zie ook: Dauw, Luchtvochtigheid.
water
Deining bestaat uit golven die buiten hun ontstaansgebied verder lopen. Aan de Noordzeekust kan daardoor nog branding staan terwijl de plaatselijke wind is gaan liggen.
Zie ook: Golfperiode, Golfhoogte.
lucht
Een depressie is een gebied met lage luchtdruk. Er horen vaak fronten bij die bewolking, regen en veranderlijke wind brengen.
Zie ook: Lagedrukgebied, Front.
waarschuwingen
Bij dichte mist is het zicht minder dan 200 meter. Op een polderweg kan de volgende bocht dan al uit beeld verdwijnen.
waarschuwingen
Donder is het geluid van lucht die door bliksem heel snel opwarmt en uitzet. Het geluid komt later aan dan het licht, waardoor je de flits eerst ziet.
water
Bij doodtij is het verschil tussen hoogwater en laagwater kleiner dan gemiddeld. De getijwerking van zon en maan werkt elkaar dan gedeeltelijk tegen.
temperatuur
Bij dooi komt de temperatuur boven het vriespunt en kunnen sneeuw en ijs smelten. De bovenkant van een weg kan ontdooien terwijl de bodem nog bevroren is.
Zie ook: Vorst, Smeltwater.
water
Droogte ontstaat als er langere tijd te weinig water beschikbaar is. Je merkt het bijvoorbeeld aan droge sloten, dor gras of gewassen die extra water nodig hebben.
Zie ook: Neerslagtekort, Verdamping.
lucht
De drukgradient is het verschil in luchtdruk over een bepaalde afstand. Waar dat verschil groot is, kan de wind flink aantrekken.
water
Eb is de periode waarin het zeewater daalt richting laagwater. Op het Wad komen dan steeds meer zandplaten boven water.
metingen en modellen
ECMWF is het Europese weercentrum dat onder meer wereldwijde weersverwachtingen berekent. De uitkomsten helpen om het weer voor de komende dagen en de onzekerheid daarin te bekijken.
astronomie
Bij het eerste kwartier zie je vanaf de aarde ongeveer de helft van de maan verlicht. De maan is dan onderweg van nieuwe maan naar volle maan.
metingen en modellen
Een ensemble is een groep berekeningen van mogelijk toekomstig weer, met kleine verschillen in de uitgangspunten. Als die berekeningen uiteenlopen, is de verwachting minder zeker.
astronomie
Een equinox is het moment waarop de zon boven de evenaar staat. Rond dat moment in maart of september duren dag en nacht ongeveer even lang.
water
Evapotranspiratie is de verdamping uit de bodem en van water samen met het water dat planten via hun bladeren afgeven. Ook op een droge dag zonder plassen verliest een weiland dus water aan de lucht.
Zie ook: Verdamping, Referentieverdamping.
waarschuwingen
Extreem weer wijkt sterk af van wat je op een plek en in een seizoen gewend bent. Denk aan uitzonderlijke hitte of regen die in korte tijd straten onder water zet.
Zie ook: Weerwaarschuwing, Code rood.
lucht
Fijnstof bestaat uit kleine deeltjes die in de lucht zweven. Ze komen bijvoorbeeld uit verkeer, houtrook, landbouw en natuurlijke bronnen zoals zeezout.
lucht
Een front is de overgang tussen luchtsoorten met verschillende eigenschappen. Als het overtrekt, kunnen temperatuur, wind en bewolking in een paar uur veranderen.
Zie ook: Koufront, Warmtefront.
neerslag
Frontale neerslag ontstaat als lucht bij een front omhoog wordt geduwd en afkoelt. Zo kan een brede regenzone urenlang over Noord-Holland trekken.
Zie ook: Front, Stuwingsregen.
water
Het getij is de regelmatige stijging en daling van de zee door vooral de aantrekkingskracht van de maan en de zon. Bij Den Helder zie je meestal twee keer hoogwater en twee keer laagwater per etmaal, met verschuivende tijden.
temperatuur
De gevoelstemperatuur beschrijft hoe warm of koud de omstandigheden voor je lichaam aanvoelen. Wind, vocht en zon kunnen daarbij verschil maken; kijk welke berekening een weerpagina gebruikt.
Zie ook: Windchill, Luchttemperatuur.
waarschuwingen
Gladheid betekent dat een weg of pad weinig grip biedt, bijvoorbeeld door ijs of sneeuw. Een brug bij een Fries dorp kan al glad zijn terwijl de weg ernaartoe nog goed aanvoelt.
Zie ook: IJzel, Wegdektemperatuur.
metingen en modellen
Globale straling is alle kortgolvige zonnestraling die op een horizontaal vlak aankomt, rechtstreeks en via verstrooiing in de lucht. Daardoor komt er ook bij bewolking nog stralingsenergie op zonnepanelen terecht.
Zie ook: Zonnestraling, Watt per vierkante meter.
water
Golfhoogte is het hoogteverschil tussen het dal en de top van een golf. Een gemiddelde of significante golfhoogte zegt niet hoe hoog de allergrootste golf kan worden.
Zie ook: Significante golfhoogte, Golfperiode.
water
De golfperiode is de tijd tussen twee opeenvolgende golftoppen op dezelfde plek. Bij deining is dat bijvoorbeeld 8 tot 15 seconden, bij korte golven op het IJsselmeer 2 tot 4 seconden.
Zie ook: Golfhoogte, Deining.
metingen en modellen
Een graaddag telt hoeveel de gemiddelde temperatuur van een gekozen grens afwijkt. Met een grens van 18 graden telt een daggemiddelde van 10 graden bijvoorbeeld als 8 verwarmingsgraaddagen.
Zie ook: Daggemiddelde, Luchttemperatuur.
temperatuur
Het grasminimum is de laagste temperatuur vlak boven een kort grasveld, meestal op 10 centimeter hoogte. Die kan in een heldere nacht onder nul zakken terwijl de gewone thermometer nog plus aangeeft.
Zie ook: Grondvorst, Minimumtemperatuur.
temperatuur
Bij grondvorst vriest het vlak boven de grond. In een beschutte tuin kan dat gebeuren terwijl de luchttemperatuur op normale meethoogte nog boven nul ligt.
Zie ook: Grasminimum, Vorst.
water
Grondwater is water dat onder het oppervlak de poriën van de bodem vult. De stand kan na langdurige droogte laag zijn, ook als er net een korte bui is gevallen.
neerslag
Hagel bestaat uit ijsbolletjes die in een buienwolk groeien. Sterke stijgende luchtstromen kunnen ze langer in de wolk houden, waardoor ze groter worden.
Zie ook: Korrelhagel, Cumulonimbus.
astronomie
Een halo is een lichte ring of boog rond de zon of maan. IJskristallen hoog in de lucht buigen het licht zo af dat het patroon zichtbaar wordt.
Zie ook: Cirrostratus, IJskristal.
metingen en modellen
HARMONIE is een weermodel dat het KNMI gebruikt voor gedetailleerde verwachtingen op korte termijn. Het berekent onder meer buien en wind, maar de precieze plek van een bui blijft onzeker.
Zie ook: Weermodel, Modelrooster.
metingen en modellen
Hectopascal, afgekort hPa, is de eenheid waarin luchtdruk vaak wordt weergegeven. Een waarde rond 1013 hPa op zeeniveau ligt dicht bij de standaardluchtdruk.
temperatuur
Een landelijke hittegolf telt minstens vijf opeenvolgende dagen met 25 graden of meer in De Bilt, waarvan minstens drie met 30 graden of meer. Aan de Noord-Hollandse kust kan het tijdens diezelfde periode koeler blijven.
Zie ook: Zomerse dag, Tropische dag.
lucht
In een hogedrukgebied is de luchtdruk hoger dan in de omgeving en daalt de lucht vaak. Dat kan zonnig weer geven, maar in de winter ook hardnekkige mist of lage bewolking.
Zie ook: Anticycloon, Lagedrukgebied.
metingen en modellen
Homogenisatie corrigeert een lange meetreeks voor veranderingen zoals een verplaatst station of een ander meetinstrument. Dat helpt om klimaatveranderingen te onderscheiden van veranderingen in de manier van meten.
Zie ook: Meetstation, Klimaat.
water
Hoogwater is de hoogste waterstand binnen een getijcyclus. De hoogte bij Harlingen hangt behalve van het getij ook van wind en luchtdruk af.
lucht
Hooikoorts is een allergische reactie op stuifmeel van bepaalde planten. Een pollenverwachting geeft aan hoeveel stuifmeel er kan zijn, terwijl klachten per persoon verschillen.
Zie ook: Pollen, Luchtkwaliteit.
metingen en modellen
Een hygrometer meet hoe vochtig de lucht is. Op een weerstation wordt de relatieve luchtvochtigheid meestal als percentage getoond.
Zie ook: Luchtvochtigheid, Dauwpunt.
temperatuur
Een ijsdag is een dag waarop de maximumtemperatuur onder 0 graden blijft. Ook midden op de middag blijft het dan op de meetplek vriezen.
Zie ook: Vorstdag, Maximumtemperatuur.
neerslag
Een ijskristal is een klein stukje ijs met een geordende vorm. Veel sneeuwvlokken bestaan uit zulke kristallen die aan elkaar zijn blijven hangen.
waarschuwingen
IJzel is een ijslaag die ontstaat als regen of motregen op een koud oppervlak bevriest. Een stoep kan daardoor in korte tijd spiegelglad worden.
Zie ook: Gladheid, Onderkoelde regen.
lucht
Bij een inversie ligt een warmere luchtlaag boven koudere lucht. Die koude lucht kan bij de grond blijven hangen, samen met mist of rook.
Zie ook: Mist, Luchtkwaliteit.
metingen en modellen
Een isobaar is een lijn op de weerkaart die punten met dezelfde luchtdruk verbindt. Liggen die lijnen dicht bij elkaar, dan staat er vaak veel wind.
Zie ook: Luchtdruk, Drukgradiënt.
neerslag
Jaarneerslag is alle neerslag opgeteld over een jaar. Een natte decembermaand kan het jaartotaal in Friesland nog flink verhogen.
Zie ook: Neerslagsom, Klimaatnormaal.
wind
Jetstream is de Engelse naam voor de straalstroom, een band met zeer snelle wind hoog in de lucht. De ligging ervan helpt bepalen welke route regengebieden volgen.
Zie ook: Straalstroom, Lagedrukgebied.
metingen en modellen
Het klimaat beschrijft het gebruikelijke weer en de variatie daarin over een lange periode. Eén koude week zegt daardoor weinig over hoe het klimaat verandert.
Zie ook: Klimaatnormaal, Weersverwachting.
metingen en modellen
Een klimaatnormaal is een gemiddelde over een afgesproken periode van dertig jaar. Je kunt ermee vergelijken hoe warm, nat of zonnig een maand op een bepaalde plek is.
Zie ook: Normaal 1991-2020, Klimaat.
metingen en modellen
KNMI staat voor Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut. Het instituut meet en onderzoekt onder meer het weer en geeft de officiële weerwaarschuwingen voor Nederland uit.
Zie ook: Weerwaarschuwing, HARMONIE.
wind
Knopen zijn een maat voor snelheid die je veel op het water en in de luchtvaart tegenkomt. Eén knoop is 1,852 kilometer per uur, dus 10 knopen is ongeveer 18,5 kilometer per uur.
Zie ook: Windsnelheid, Beaufort.
neerslag
Korrelhagel bestaat uit witte, vrij zachte ijskorrels. In een winterse bui stuiteren ze op de stoep en kun je ze vaak makkelijk fijnknijpen.
temperatuur
Een landelijke koudegolf bestaat uit minstens vijf opeenvolgende ijsdagen in De Bilt, waarvan minstens drie met een minimum onder min 10 graden. Een losse nacht met strenge vorst is dus nog geen koudegolf.
Zie ook: IJsdag, Strenge vorst.
lucht
Bij een koufront schuift koudere lucht onder warmere lucht. Vaak volgen regen of buien en draait de wind tijdens de passage.
Zie ook: Front, Warmtefront.
metingen en modellen
Kwaliteitscontrole kijkt of metingen bruikbaar en aannemelijk zijn. Een plotselinge onverklaarbare sprong kan aanleiding zijn om een meetwaarde te markeren of weg te laten.
Zie ook: Meetfout, Waarneming.
water
Kwel is grondwater dat vanuit de bodem omhoogkomt. In een laaggelegen polder kan daardoor water in sloten terechtkomen, ook als het niet regent.
Zie ook: Grondwater, Polderpeil.
water
Laagwater is de laagste waterstand binnen een getijcyclus. Bij Den Oever liggen dan meer wadplaten droog dan enkele uren daarvoor.
lucht
In een lagedrukgebied is de luchtdruk lager dan in de omgeving en stijgt lucht vaak op. Daarbij kunnen wolken, regen en buien ontstaan.
Zie ook: Depressie, Hogedrukgebied.
wind
Landwind kan 's nachts ontstaan doordat het land sneller afkoelt dan de zee. Dicht bij de grond stroomt de lucht dan van het land naar het water.
Zie ook: Zeewind, Aflandige wind.
lucht
Luchtdruk is de druk die het gewicht van de lucht uitoefent. Op weerkaarten wordt de druk meestal naar zeeniveau omgerekend, zodat stations vergelijkbaar zijn.
Zie ook: Hectopascal, Isobaar.
lucht
Luchtkwaliteit beschrijft hoeveel vervuilende stoffen er in de buitenlucht zitten. Bij weinig wind kan rook boven een woonwijk blijven hangen en wordt de lucht minder schoon.
lucht
Een luchtsoort is lucht met eigenschappen die passen bij het gebied waar zij vandaan komt. Lucht vanaf de oceaan is bijvoorbeeld vaak vochtiger dan lucht uit het binnenland.
temperatuur
Luchttemperatuur is hoe warm of koud de lucht is, gemeten met een thermometer die tegen zonnestraling is afgeschermd. Officiële metingen gebeuren doorgaans op ongeveer anderhalve meter boven gras.
Zie ook: Gevoelstemperatuur, Wegdektemperatuur.
lucht
Luchtvochtigheid vertelt hoeveel waterdamp in de lucht zit. Op weerpagina's gaat het meestal om de relatieve luchtvochtigheid, aangegeven in procenten.
Zie ook: Relatieve luchtvochtigheid, Dauwpunt.
astronomie
De maanfase is de vorm van het verlichte deel van de maan dat we vanaf de aarde zien. In ongeveer een maand verandert dat van een dun sikkeltje naar vol en weer terug.
Zie ook: Nieuwe maan, Volle maan.
temperatuur
De maximumtemperatuur is de hoogste temperatuur binnen een gekozen periode. Op een dagkaart gaat het meestal om het hoogste punt van die dag.
Zie ook: Minimumtemperatuur, Daggemiddelde.
metingen en modellen
De mediaan is de middelste waarde als je alle waarden van laag naar hoog zet. Bij een even aantal neem je het gemiddelde van de twee middelste; één uitzonderlijk droog jaar trekt de mediaan minder omhoog dan het gemiddelde.
Zie ook: Neerslagtekort, Klimaatnormaal.
metingen en modellen
Een meetfout is een afwijking tussen de gemeten waarde en de werkelijke waarde. Een thermometer in de volle zon kan bijvoorbeeld een te hoge luchttemperatuur aangeven.
Zie ook: Meetstation, Kwaliteitscontrole.
metingen en modellen
Een meetstation verzamelt op een vaste plek weergegevens, zoals temperatuur en wind. Een meting bij De Kooy kan afwijken van jouw achtertuin door afstand, bebouwing en ondergrond.
metingen en modellen
De meettijd vertelt wanneer een waarneming is gedaan. Dat kan eerder zijn dan het moment waarop de weerpagina de gegevens ophaalde.
Zie ook: UTC, Waarneming.
waarschuwingen
MeteoAlarm brengt weerwaarschuwingen van Europese weerdiensten bij elkaar. Voor Nederland komen de officiële waarschuwingen van het KNMI.
Zie ook: KNMI, Weerwaarschuwing.
metingen en modellen
Meteorologie is de wetenschap die de atmosfeer en het weer onderzoekt. Meteorologen gebruiken metingen en berekeningen om uit te leggen wat er gebeurt en wat er kan volgen.
Zie ook: Weersverwachting, Weermodel.
neerslag
Eén millimeter neerslag is één liter water op een vierkante meter. Tien millimeter regen betekent dus tien liter op iedere vierkante meter van je tuin.
Zie ook: Neerslagsom, Regenmeter.
temperatuur
De minimumtemperatuur is de laagste temperatuur binnen een gekozen periode. Die valt vaak rond zonsopkomst, maar bij binnenstromende kou kan het later op de dag nog kouder worden.
Zie ook: Maximumtemperatuur, Grasminimum.
lucht
Mist bestaat uit kleine waterdruppeltjes dicht bij de grond waardoor het zicht minder dan een kilometer is. Boven Friese weilanden kan mist in een rustige nacht plaatselijk ontstaan.
Zie ook: Dichte mist, Nevel.
metingen en modellen
Een modelrooster verdeelt het gebied van een weermodel in vakken. De berekende waarde voor zo'n vak beschrijft de omstandigheden op die schaal, terwijl jouw straat daarvan kan afwijken.
metingen en modellen
Een modelrun is één volledige berekening van een weermodel met een bepaalde begintijd. Een nieuwe run kan de route van een regengebied anders inschatten dan de vorige.
neerslag
Motregen bestaat uit heel kleine druppeltjes die langzaam vallen. Een korte wandeling kan er toch een natte jas door opleveren, ook als de radar weinig laat zien.
water
NAP staat voor Normaal Amsterdams Peil, het vaste referentieniveau voor hoogtes in Nederland. Een waterstand van 30 centimeter boven NAP zegt waar het water staat ten opzichte van dat niveau, los van de bodemdiepte.
Zie ook: Waterstand, Polderpeil.
neerslag
Natte sneeuw bestaat uit sneeuwvlokken die onderweg gedeeltelijk smelten. Ze maken vaak een natte brij op de stoep, maar kunnen bij stevige neerslag toch blijven liggen.
neerslag
Neerslag is water dat uit wolken op het aardoppervlak valt, als druppels of als ijs. Regen, sneeuw en hagel zijn bekende vormen.
neerslag
Neerslagintensiteit zegt hoe hard het regent of sneeuwt op een bepaald moment, vaak omgerekend naar millimeter per uur. Een bui van vijf minuten met een hoge intensiteit hoeft geen groot dagtotaal op te leveren.
Zie ook: Millimeter neerslag, Neerslagsom.
metingen en modellen
Neerslagkans geeft aan hoe waarschijnlijk meetbare neerslag is op een plek binnen de genoemde periode. Bij 60 procent kans weet je nog niet hoe lang of hoe hard het gaat regenen.
Zie ook: Ensemble, Neerslagsom.
neerslag
De neerslagsom is de totale hoeveelheid neerslag over een periode. Kijk erbij of de kaart bijvoorbeeld een uur, een dag of een hele maand optelt.
Zie ook: Millimeter neerslag, Neerslagintensiteit.
water
Neerslagtekort beschrijft hoeveel de berekende verdamping groter is dan de gevallen neerslag over een periode. De stationsgrafiek op InfraOps telt vanaf 1 april op en kan bij een overschot negatief worden; de gebruikelijke KNMI-droogte-index kapt de lopende som bij nul af.
Zie ook: Verdamping, Droogte.
lucht
Bij nevel maken kleine waterdruppeltjes de lucht wazig, met een zicht van minstens een kilometer. Je kunt de kerktoren in de verte dan nog zien, maar de contouren vervagen.
astronomie
Bij nieuwe maan staat de maan ongeveer tussen de aarde en de zon. Het verlichte deel is dan grotendeels van ons afgekeerd en rond deze fase kan springtij optreden.
lucht
Nimbostratus is een dikke grijze wolkenlaag waar langdurig regen of sneeuw uit kan vallen. De zon is er doorgaans helemaal achter verdwenen.
Zie ook: Frontale neerslag, Stratus.
metingen en modellen
De normaal 1991-2020 is het gemiddelde van weergegevens over die dertig jaren voor dezelfde plek en periode. Een novemberdag in Leeuwarden vergelijk je zo met andere novemberdagen, en voor zonneschijn met de normaal voor zonneschijn.
Zie ook: Klimaatnormaal, Daggemiddelde.
metingen en modellen
Nowcasting is een verwachting voor de heel korte termijn op basis van recente metingen. Radarbeelden helpen bijvoorbeeld inschatten of een bui binnen een uur Wieringerwerf bereikt.
Zie ook: Buienradar, Weermodel.
lucht
Een occlusie ontstaat wanneer een koufront een warmtefront inhaalt en warme lucht van de grond wordt opgetild. Op de weerkaart hoort er vaak een brede zone met wolken en neerslag bij.
Zie ook: Koufront, Warmtefront.
metingen en modellen
Een okta is een achtste deel van de hemel bij het beschrijven van bewolking. Acht okta betekent dat de hemel helemaal met wolken is bedekt.
Zie ook: Bedekkingsgraad, Bewolking.
neerslag
Onderkoelde regen bestaat uit vloeibare druppels met een temperatuur onder nul. Bij contact met een oppervlak kunnen ze meteen bevriezen en ijzel vormen.
lucht
Bij onstabiele lucht kan een opstijgend luchtpakket verder blijven stijgen. Daardoor groeien stapelwolken makkelijker uit tot buien als er genoeg vocht aanwezig is.
waarschuwingen
Onweer is een bui of weersituatie met bliksem en donder. Boven open water en in het vlakke polderland ben je daarbij sterk blootgesteld.
metingen en modellen
Open-Meteo levert weergegevens uit verschillende modellen via een gezamenlijke toegang. InfraOps gebruikt die onder meer voor verwachtingen per dorp en voor luchtkwaliteit.
lucht
Een opklaring is een plek of periode waarin de bewolking openbreekt. Overdag komt de zon erdoor, terwijl het 's nachts juist sneller kan afkoelen.
Zie ook: Bewolking, Uitstraling.
water
Bij opwaaiing stuwt de wind water naar een oever, waardoor de waterstand daar stijgt. Langdurige zuidwestenwind over het IJsselmeer kan zo bij Lemmer een hogere waterstand geven dan bij Medemblik.
water
Opzet is de verhoging van de waterstand ten opzichte van het berekende astronomische getij door het weer. Een harde noordwestenwind kan het water langs de Waddenkust opstuwen.
Zie ook: Astronomisch getij, Stormvloed.
lucht
Ozon is een gas dat hoog in de atmosfeer een deel van de uv-straling tegenhoudt. Dicht bij de grond is het een luchtvervuilende stof waarvan de hoeveelheid op zonnige dagen kan oplopen.
Zie ook: Luchtkwaliteit, UV-index.
neerslag
Een piekbui laat in korte tijd veel regen op een klein gebied vallen. Het riool of de sloot kan dat soms niet snel genoeg afvoeren, zodat straten blank staan.
Zie ook: Neerslagintensiteit, Wateroverlast.
lucht
PM10 is de verzamelnaam voor fijnstofdeeltjes met een aerodynamische diameter tot 10 micrometer. Zulke deeltjes zijn veel kleiner dan de dikte van een mensenhaar.
lucht
PM2,5 is de fijnere fractie van fijnstof, met een aerodynamische diameter tot 2,5 micrometer. Deze deeltjes kunnen diep in de longen terechtkomen.
water
Het polderpeil is de waterstand die het waterschap in een polder nastreeft. Gemalen en stuwen helpen om sloten rond dat peil te houden.
Zie ook: NAP, Grondwater.
lucht
Pollen zijn stuifmeelkorrels van bomen, grassen en andere planten. Bij droog weer kan de wind ze ver verspreiden, ook over de polders rond Franeker. Op onze kaart kun je kiezen uit gras, berk, els, bijvoet en ambrosia.
Zie ook: Hooikoorts, Wind.
metingen en modellen
QNH is een luchtdrukinstelling waarmee een hoogtemeter in een vliegtuig de hoogte boven zeeniveau aangeeft. Piloten stellen die bij op basis van de plaatselijke luchtdrukinformatie.
Zie ook: Luchtdruk, Hectopascal.
metingen en modellen
Radarreflectiviteit zegt hoeveel van het radarsignaal terugkomt van deeltjes in de lucht. Grote druppels en hagel kunnen veel signaal terugkaatsen, waardoor de omzetting naar regenhoeveelheid onzeker blijft.
Zie ook: Buienradar, Hagel.
water
Referentieverdamping is de berekende verdamping voor een afgesproken begroeiing, doorgaans goed van water voorzien gras. De echte verdamping uit een uitgedroogd weiland kan lager zijn doordat er minder water beschikbaar is.
Zie ook: Evapotranspiratie, Neerslagtekort.
neerslag
Regen bestaat uit waterdruppels die uit wolken vallen. Een front kan uren regen geven, terwijl een bui soms maar enkele minuten duurt.
Zie ook: Motregen, Regenmeter.
astronomie
Een regenboog ontstaat doordat zonlicht in waterdruppels wordt gebroken en teruggekaatst. Je ziet hem met de zon achter je en de regen vóór je.
Zie ook: Regen, Zonnestraling.
metingen en modellen
Een regenmeter vangt neerslag op om de hoeveelheid te meten. Zet je hem onder een boom, dan meet hij een ander totaal dan midden op een open grasveld.
Zie ook: Millimeter neerslag, Neerslagsom.
lucht
Relatieve luchtvochtigheid vergelijkt de aanwezige waterdamp met de hoeveelheid bij verzadiging op dezelfde temperatuur. Bij afkoeling stijgt dat percentage als de hoeveelheid waterdamp gelijk blijft.
Zie ook: Dauwpunt, Condensatie.
metingen en modellen
Resolutie beschrijft hoe fijn de vakken of tijdstappen van een kaart of model zijn. Een fijn rooster kan lokale verschillen beter weergeven, maar garandeert nog geen juiste voorspelling voor jouw huis.
Zie ook: Modelrooster, Weermodel.
neerslag
Rijp bestaat uit ijskristalletjes die rechtstreeks uit waterdamp op een koud oppervlak groeien. Zo kan gras na een heldere vorstnacht wit zijn zonder sneeuwbui.
waarschuwingen
Rijpgladheid ontstaat als rijp op het wegdek de grip vermindert. Vooral in heldere, koude nachten kunnen bruggen en rustige wegen ermee te maken krijgen.
Zie ook: Rijp, Wegdektemperatuur.
wind
Een rukwind is een plotselinge stevige windvlaag. Op een open dijk kan die je fiets even opzij duwen.
astronomie
Schemering is het licht vóór zonsopkomst en na zonsondergang. De zon staat dan onder de horizon, maar verlicht nog wel een deel van de lucht boven je.
Zie ook: Zonsopkomst, Zonsondergang.
astronomie
De seizoenen ontstaan door de schuine stand van de aardas tijdens de baan om de zon. Meteorologen gebruiken hele maanden: de lente begint op 1 maart en de zomer op 1 juni.
Zie ook: Equinox, Zonnewende.
water
De significante golfhoogte komt ongeveer overeen met het gemiddelde van het hoogste derde deel van de golven. Op het IJsselmeer kunnen afzonderlijke golven dus hoger zijn dan het getal op de weerpagina.
Zie ook: Golfhoogte, Golfperiode.
water
Smeltwater komt vrij als sneeuw of ijs smelt. Bij dooi kan het over een pad lopen en later opnieuw bevriezen als de temperatuur daalt.
neerslag
Sneeuw bestaat uit ijskristallen of vlokken die uit een wolk vallen. Of ze op de stoep blijven liggen hangt onder meer af van de ondergrond en hoe hard het sneeuwt.
Zie ook: IJskristal, Natte sneeuw.
neerslag
Een sneeuwdek is de laag sneeuw die op de grond ligt. Het kaatst veel zonlicht terug en kan tijdens een heldere nacht sterk afkoelen.
Zie ook: Sneeuw, Uitstraling.
temperatuur
De sneeuwgrens is de hoogte waarboven neerslag vooral als sneeuw valt. Die kan lager liggen dan het vriesniveau, omdat vlokken tijd nodig hebben om te smelten.
Zie ook: Natte sneeuw, Vriesniveau.
waarschuwingen
Bij sneeuwjacht blaast de wind vallende of al liggende sneeuw door de lucht. Op open wegen in de Wieringermeer kan het zicht daardoor snel verslechteren.
metingen en modellen
Spreiding is het verschil tussen de uitkomsten van meerdere berekeningen. Een brede weerpluim voor zondag laat zien dat de temperatuur of neerslag dan nog onzeker is.
water
Bij springtij is het verschil tussen hoogwater en laagwater groter dan gemiddeld. Zon en maan versterken elkaars getijwerking rond nieuwe en volle maan; aan onze kust volgt het grootste verschil met enige vertraging.
lucht
Stikstofdioxide is een gas dat onder meer ontstaat bij verbranding in motoren. Dicht langs drukke wegen kan er meer van in de lucht zitten dan buiten het dorp.
Zie ook: Luchtkwaliteit, Fijnstof.
wind
Van storm spreken we bij windkracht 9 op de schaal van Beaufort. Het gaat om de gemiddelde wind; de zwaarste windstoten kunnen daar ruim bovenuit komen.
water
Een stormvloed is een sterk verhoogde zeewaterstand door storm in combinatie met het getij. Langs de Waddenkust kunnen windrichting en duur van de storm veel uitmaken.
wind
De straalstroom is een band met zeer snelle wind op grote hoogte, vaak van west naar oost. Hij beweegt en kronkelt, waardoor regengebieden soms naar Nederland worden gestuurd en soms voorbij trekken.
lucht
Stralingsmist ontstaat als de grond 's nachts afkoelt en de lucht vlak erboven verzadigd raakt. Rustige, heldere nachten boven vochtige weilanden zijn daar geschikt voor.
Zie ook: Mist, Uitstraling.
lucht
Stratocumulus bestaat uit lage wolkenbanken met grotere rollen of brokken. Je ziet ze vaak boven de Noordzee met lichte of blauwe gaten ertussen.
lucht
Stratus is een lage, vrij egale wolkenlaag. Die kan een hele ochtend grijs houden en soms motregen geven.
temperatuur
Strenge vorst betekent een temperatuur van onder min 10 tot min 15 graden. In een heldere winterse nacht kan het landinwaarts veel kouder worden dan direct aan zee.
neerslag
Stuwingsregen ontstaat als vochtige lucht tegen hoger terrein omhoog wordt gedwongen. Dit speelt vooral in heuvels en bergen en veel minder in het vlakke Noord-Holland.
Zie ook: Frontale neerslag, Neerslag.
lucht
Thermiek is opstijgende lucht die door een warm aardoppervlak op gang komt. Je ziet roofvogels er soms zonder vleugelslag rondjes in maken.
Zie ook: Convectie, Zonnestraling.
metingen en modellen
Een thermometer meet temperatuur. Voor een bruikbare buitenmeting moet hij goed geventileerd zijn en afgeschermd van directe zonnestraling.
Zie ook: Luchttemperatuur, Meetfout.
temperatuur
Een tropische dag heeft een maximumtemperatuur van minstens 30 graden. Aan de Noord-Hollandse kust gebeurt dat minder vaak dan verder landinwaarts.
Zie ook: Zomerse dag, Hittegolf.
lucht
De troposfeer is de onderste laag van de atmosfeer, waarin het meeste weer ontstaat. Naar boven toe wordt het er meestal kouder.
Zie ook: Atmosfeer, Straalstroom.
wind
Turbulentie is een rommelige beweging van de lucht met wervels. Achter gebouwen of bomen kun je daardoor op de fiets ineens wisselende wind voelen.
Zie ook: Windstoot, Windschering.
temperatuur
Uitstraling is het afgeven van warmte door een oppervlak. Bij een heldere hemel kan de grond 's nachts flink afkoelen, terwijl bewolking die afkoeling vaak afremt.
Zie ook: Aardstraling, Grondvorst.
metingen en modellen
UTC is een wereldwijde tijdstandaard waarmee meetgegevens worden opgeslagen en vergeleken. In Nederland tel je er in de winter één uur en in de zomer twee uur bij op voor de lokale tijd.
metingen en modellen
De UV-index geeft aan hoe sterk de ultraviolette zonnestraling aan de grond is. Een koele zeewind kan prettig voelen terwijl de UV-index hoog blijft.
wind
Een valwind ontstaat als lucht uit een bui snel omlaag komt en zich bij de grond verspreidt. Daardoor kan plaatselijk plots veel windschade ontstaan.
Zie ook: Windstoot, Cumulonimbus.
water
Bij verdamping verandert vloeibaar water in waterdamp. Zon, wind en droge lucht kunnen een nat terras in de polder snel laten opdrogen.
Zie ook: Neerslagtekort, Waterdamp.
lucht
Lucht is verzadigd wanneer de lucht bij die temperatuur geen waterdamp meer kan opnemen. Bij verdere afkoeling kunnen druppeltjes ontstaan, zoals in mist of een wolk.
Zie ook: Relatieve luchtvochtigheid, Condensatie.
neerslag
Virga is neerslag die onder een wolk hangt en verdampt of sublimeert voordat zij de grond bereikt. Je ziet dan grijze slierten terwijl het bij jou droog blijft.
Zie ook: Verdamping, Buienradar.
water
Vloed is de periode waarin het zeewater stijgt richting hoogwater. Op het Wad verdwijnen lage platen dan geleidelijk weer onder water.
astronomie
Bij volle maan zien we de naar ons gekeerde kant van de maan vrijwel helemaal verlicht. Rond deze fase versterken de getijwerkingen van zon en maan elkaar.
temperatuur
Vorst betekent dat de temperatuur onder 0 graden Celsius ligt. De duur en diepte van de kou bepalen mede hoe snel sloten dichtvriezen.
Zie ook: Grondvorst, Vorstdag.
temperatuur
Een vorstdag is een dag waarop de minimumtemperatuur onder 0 graden komt. Later op diezelfde dag kan het gewoon weer ruim boven nul zijn.
Zie ook: IJsdag, Minimumtemperatuur.
temperatuur
Het vriesniveau is de hoogte waarop de luchttemperatuur 0 graden is. Onder dat niveau kunnen sneeuwvlokken nog een eind vallen voordat ze volledig smelten.
Zie ook: Sneeuwgrens, Vriespunt.
temperatuur
Het vriespunt is de temperatuur waarbij een vloeistof kan bevriezen. Voor zuiver water ligt dat bij normale luchtdruk rond 0 graden Celsius; zout water bevriest pas bij een lagere temperatuur.
metingen en modellen
Een waarneming beschrijft wat op een bepaalde plek en tijd is gemeten of gezien. Een actuele temperatuur van De Kooy hoort dus altijd bij een meettijd.
Zie ook: Meetstation, Weersverwachting.
lucht
Bij een warmtefront schuift warmere lucht over koudere lucht heen. Vaak neemt de bewolking geleidelijk toe en volgt er een gebied met langdurige regen.
lucht
Waterdamp is water in gasvorm en is onzichtbaar. Het witte wolkje boven een hete kop thee bestaat uit kleine druppeltjes die uit die damp zijn ontstaan.
Zie ook: Verdamping, Condensatie.
wind
Een waterhoos is een draaiende luchtkolom die contact maakt met het wateroppervlak. Boven het IJsselmeer of de Waddenzee zie je soms een trechter onder een bui met opstuivend water eronder.
water
Wateroverlast ontstaat wanneer water op plekken komt waar het hinder of schade veroorzaakt. Na een zware bui kunnen bijvoorbeeld laaggelegen straten of kelders vollopen.
Zie ook: Piekbui, Neerslagsom.
water
De waterstand is de hoogte van het water ten opzichte van een afgesproken referentie, zoals NAP. Het getal bij Den Oever zegt zonder bodemhoogte niets over de beschikbare vaardiepte.
water
Watertemperatuur vertelt hoe warm of koud het water op een bepaalde plek en diepte is. Een ondiepe sloot warmt op een zonnige middag sneller op dan het IJsselmeer.
Zie ook: Zeewatertemperatuur, Luchttemperatuur.
metingen en modellen
Watt per vierkante meter, geschreven als W/m², geeft aan hoeveel stralingsvermogen op een oppervlak valt. Het getal bij zon op panelen beschrijft de beschikbare straling; de elektrische opbrengst hangt ook van je panelen en hun ligging af.
Zie ook: Globale straling, Zonnestraling.
waarschuwingen
Een weeralarm is de waarschuwing die hoort bij code rood van het KNMI. Lees de melding zelf voor de verwachte gevolgen, het gebied en de geldende periode.
Zie ook: Code rood, Weerwaarschuwing.
metingen en modellen
Een weermodel rekent met natuurkundige regels uit hoe de atmosfeer kan veranderen. Het begint met een schatting van de huidige toestand op basis van metingen.
metingen en modellen
Een weerpluim zet meerdere berekeningen voor bijvoorbeeld temperatuur of neerslag samen in één grafiek. Lijnen die verderop uiteenwaaieren laten zien dat verschillende uitkomsten mogelijk zijn.
metingen en modellen
Een weerrecord is de hoogste of laagste gemeten waarde binnen een bepaalde reeks. Kijk bij een record voor Leeuwarden altijd naar de meetperiode, want een reeks van tien jaar geeft minder vergelijkingsmateriaal dan een reeks van honderd jaar.
Zie ook: Waarneming, Homogenisatie.
metingen en modellen
Een weersverwachting beschrijft welk weer waarschijnlijk volgt. De zekerheid verschilt per situatie en neemt vaak af naarmate je verder vooruitkijkt.
Zie ook: Weermodel, Waarneming.
waarschuwingen
Een weerwaarschuwing meldt dat het weer gevaar of flinke hinder kan opleveren. Controleer steeds het genoemde gebied, de periode en het verschijnsel, bijvoorbeeld windstoten in Noord-Holland.
Zie ook: Code geel, Code oranje.
temperatuur
Wegdektemperatuur is de temperatuur van het oppervlak van de weg. Op een heldere nacht kan het asfalt al onder nul zijn terwijl de lucht erboven nog een paar graden warmer is.
Zie ook: Gladheid, Luchttemperatuur.
wind
Wind is lucht die zich verplaatst, onder invloed van drukverschillen en de draaiing van de aarde. Op een open dijk merk je hem meestal sterker dan tussen huizen.
Zie ook: Windsnelheid, Windrichting.
temperatuur
Windchill beschrijft de extra afkoeling van je lichaam door wind bij koud weer. Met tegenwind op de fiets voelt een koude ochtend daardoor nog kouder aan.
Zie ook: Gevoelstemperatuur, Wind.
wind
Een windhoos is een sterk draaiende luchtkolom onder een buienwolk die de grond raakt. De schade kan in een smalle strook liggen terwijl het vlak daarnaast veel rustiger is.
wind
Windrichting vertelt waar de wind vandaan komt. Een westenwind waait dus vanuit het westen en voert in Noord-Holland vaak lucht vanaf de Noordzee aan.
metingen en modellen
Een windroos laat zien hoe vaak de wind uit verschillende richtingen kwam. Langere armen wijzen naar richtingen die vaker voorkwamen; kleuren kunnen daarbij de windsnelheid aangeven.
Zie ook: Windrichting, Windsnelheid.
wind
Windschering is een verandering van windsnelheid of windrichting over een korte afstand, vaak in de hoogte. Dat kan de vorm en organisatie van onweersbuien beïnvloeden.
Zie ook: Turbulentie, Onweer.
wind
Windsnelheid vertelt hoe snel de lucht beweegt, bijvoorbeeld in meter per seconde of knopen. Controleer of een getal het gemiddelde of de hoogste windstoot beschrijft.
wind
Een windstoot is een kortdurende uitschieter boven de gemiddelde windsnelheid. Bij een bui kan zo'n stoot ineens veel harder tegen je fiets drukken dan de wind ervoor.
Zie ook: Windsnelheid, Rukwind.
lucht
Een wolk bestaat uit heel kleine waterdruppeltjes, ijskristallen of allebei. Ze worden zichtbaar wanneer vochtige lucht genoeg afkoelt.
Zie ook: Condensatie, IJskristal.
metingen en modellen
Een X-bandradar is een weerradar die met relatief korte radiogolven werkt. Hij kan plaatselijke neerslag gedetailleerd meten, maar hevige regen kan het signaal onderweg sterk verzwakken.
Zie ook: Buienradar, Radarreflectiviteit.
water
Zeewatertemperatuur is de temperatuur van het zeewater op de gemeten plek en diepte. De Noordzee warmt in het voorjaar langzaam op en houdt in de herfst nog een tijd warmte vast.
Zie ook: Watertemperatuur, Zeewind.
wind
Zeewind kan overdag ontstaan doordat het land sneller opwarmt dan de zee. Dan stroomt koelere lucht het land op en kan het op het strand van Julianadorp ineens frisser worden.
Zie ook: Landwind, Aanlandige wind.
metingen en modellen
Zicht is de afstand waarop je een voorwerp nog duidelijk kunt onderscheiden. Regen, mist en stuivende sneeuw kunnen die afstand sterk verkleinen.
temperatuur
Een zomerse dag heeft een maximumtemperatuur van minstens 25 graden. Ook in mei of september kan een dag dus als zomers worden geteld.
Zie ook: Tropische dag, Hittegolf.
metingen en modellen
Zonkracht is de Nederlandse naam voor de UV-index. Het getal zegt iets over de ultraviolette straling, ook op een dag waarop het buiten koel aanvoelt.
Zie ook: UV-index, Zonnestraling.
metingen en modellen
Zonneschijnduur telt hoe lang de directe zonnestraling sterk genoeg is om als zonneschijn te worden geregistreerd. Een dag met zestien uur daglicht kan daardoor maar vier uur zon hebben.
astronomie
Zonnestraling is de energie die de zon naar de aarde stuurt als licht en andere straling. Wolken, seizoen en zonnestand bepalen hoeveel daarvan het oppervlak bereikt.
Zie ook: UV-index, Verdamping.
astronomie
Een zonnewende is het moment waarop de zon haar meest noordelijke of zuidelijke stand bereikt. Rond juni hebben we de langste dagen en rond december de kortste.
astronomie
Zonsondergang is het moment waarop de bovenrand van de zon onder de horizon verdwijnt. Daarna blijft het door de schemering nog een tijd licht.
Zie ook: Zonsopkomst, Schemering.
astronomie
Zonsopkomst is het moment waarop de bovenrand van de zon boven de horizon verschijnt. Gebouwen of een dijk kunnen ervoor zorgen dat je de zon zelf pas iets later ziet.
Zie ook: Zonsondergang, Schemering.